Klanksculpturen



0

Automaten kunnen een performer niet vervangen; ze zijn te primitief. Maar met een druk op de knop klinken ze in een tentoonstelling, dat is niets voor een performer. Ze praten, roepen, jengelen of zeuren, met brute kracht of ongedurig. Er moet telkens iets anders te horen zijn, maar toch bijna hetzelfde en steeds met dezelfde stemmen... Op die manier klinkt er een eindeloze variatie, als werd het gespeeld van complexe partituren. Daarvoor moeten de fluiten kunnen aanzwellen, gillen, zuchten, overblazen, etc. Die nuancering ontstaat door de bewegende delen: rollende kogels, zwellende balgen, opgaande schuiven: de machines maken zich druk. Bezoekers willen weten hoe het werkt, ze mijmeren wat en wennen aan die vreemde klanken, zonder dat ze dat in de gaten hebben. Zo krijgen automaten ook visuele potentie, het worden 'ademende dingen'. Dat ademen maakt de werken als het ware levend, de combinatie van klank en beweging maakt de klanksculpturen bijna menselijk.
OERKLANK, Museum Speelklok, Utrecht 2002